Je begon je leven al met een tegenslag: met je broertjes en zusjes gedumpt langs de kant van de weg. Gelukkig kon ik je een thuis geven toen je acht weken oud was. Bij mensen was je schuchter, maar vanaf het begin was Spidey je allerbeste vriend. De kleine dreumes die bescherming zocht bij de grote rode kater. Waren we alleen, dan was je altijd bij me, maar kwamen er andere mensen over de vloer, dan zat je snel weer boven op de kast.
Al snel had ik in de gaten dat er iets niet helemaal goed met je was, maar de onderzoeken wezen niets specifieks uit. Hartruis, kortademig. Je kon niet lang spelen, maar toch deed je het, totdat je moest rusten.
Heel af en toe kwam je bij mij op schoot. Dat waren de speciale momenten. Heel langzaam veranderde je, en je genoot steeds zichtbaarder van de aandacht die ik je mocht geven.
Toen ik ging samenwonen, duurde het even, maar je accepteerde Annemarie ook. En toen kwam die kleine Nemo, die jou zag als zijn grote beschermer. Je vond het wel goed, zo’n klein broertje. En gelukkig kon hij nog niet zo goed springen, dus boven op de kast was het af en toe weer lekker rustig.
Jerry, je was zo’n lieve kat, maar het leven heeft je zoveel ellende gegeven. Desondanks genoot je van elke knuffel die ik je mocht geven, van de zon en van het leven dat je had. Ik zal je zo erg missen, mijn kleine Jerry. Ik ben zo dankbaar dat je in mijn leven bent geweest.
Rust zacht, mijn grote kleine vriend. Je blijft altijd in een stukje van mijn hart.
Mooi.